Indien de niet-vasculaire voerdraden niet op de juiste manier gebruikt worden, kan dat leiden tot weefselperforatie. De gevolgen van perforatie kunnen ernstig zijn en zelfs tot de dood van de patiënt leiden. Weefselperforatie vindt vooral plaats door knikken van de niet-vasculaire voerdraden. Om knikken te vermijden, moet extra aandacht worden besteed aan de inbrengtechniek van niet-vasculaire voerdraden. Een inbrenggeleider dient te worden gebruikt.
Niet-vasculaire voerdraden kunnen magnetische materialen bevatten zoals hoogwaardig staal. Daarom mogen ze niet gebruikt worden onder MRI- omstandigheden, omdat de niet-vasculaire voerdraden hierdoor kunnen opwarmen en verschuiven. Dit kan leiden tot ernstige complicaties.
Volgens klinische onderzoeksgegevens kan het passeren van stricturen van > 1 cm leiden tot beschadiging of breuk van de niet-vasculaire voerdraden, wat in overweging genomen dient te worden bij de endoscopische planning. In zeldzame gevallen kan het herhaaldelijk heen en weer bewegen van niet- vasculaire voerdraden leiden tot knoopvorming aan het distale uiteinde van de voerdraad. De gebruiker moet goed op de hoogte zijn van dergelijke complicaties om ernstige gevolgen van dergelijke gebeurtenissen te voorkomen.
Indien gecoate niet-vasculaire voerdraden gebruikt worden, moet speciaal aandacht te worden besteed aan het combinatieproduct (bijv. een katheter) om de integriteit van de coating niet aan te tasten.
