NL – TF01 – Handling and operation

Onze endoscopische drainagestent wordt geleverd met een implantaatkaart die door de zorginstelling / zorgverlener moet worden ingevuld en aan de patiënt moet worden overhandigd.

De kaart wordt geleverd met een voorbedrukte zijde met de fabrikant en de informatie over de traceerbaarheid van de stent en de zijde die moet worden ingevuld volgens het voorbeeld op pagina 4. Een website met meer informatie is beschikbaar op het volgende adres:

www.g-flex.com/implantcard

  • Gal- en pancreasstent wordt geplaatst in combinatie met een endoscoop, een voerdraad, een drukker en indien nodig, een begeleidende katheter.
  • Het is raadzaam om vóór het plaatsen van de voerdraad een endoscopische sfincterotomie en selectieve ductus-canulatie uit te voeren. (houdt u zich aan de instructies van de fabrikant van de HF-generator en de sfincterotoom).
  • Het wordt aangeraden de stent NIET te verwijderen door een ballon in de stent op te blazen.
  • De patiënt moet regelmatig worden gevolgd om de stent onmiddellijk te verwijderen in geval van verstopping, migratie of fall-out van de papilla.